Het schoolplan


Introductie  Voorwoord  Inhoudsopgave  Het schoolplan als PDF

Schoolplan Van Reenenschool 2015 - 2019

Wij geven uw kind bagage mee ®

"Het is een basisschool van hoge kwaliteit en toch toegankelijk voor iedereen." © 2015
 

Voorwoord:


Dit schoolplan vormt de leidraad voor ons handelen in de periode 2015-2019. De Van Reenenschool is een basisschool en ressorteert onder het bestuur van de Intergemeentelijke Stichting Openbare Basisscholen (ISOB). Alle openbare scholen in de gemeenten Bergen (Schoorl, Egmond, Bergen), Castricum, Heiloo,Uitgeest en Graft-De Rijp bundelen positieve krachten ter verzorging van uitstekend openbaar basisonderwijs, Bij ISOB zijn 20 scholen aangesloten, die allen in landelijk gebied in Noord Holland opereren. Het ISOB-bestuur heeft een College van Bestuur (CvB) en een Raad van Toezicht (RvT). Boven de Raad van Toezicht staat de ISOB-Raad. Hierin zitten 6 leden van de colleges van Burgemeester en Wethouders van de ISOB-gemeenten. Directeuren van de basisscholen geven gestalte en uitvoering aan de ISOB plannen op schoolniveau. In aanstaande periode zal een aantal beleidsvoornemens worden uitgewerkt dat direct te maken heeft met de organisatie en het kwaliteitsbeleid van onze school. Deze beleidsvoornemens staan zowel in het School-Ontwikkel-Plan, dat elk jaar geëvalueerd en aangepast wordt, als in dit schoolplan. Bovendien werken alle ISOB scholen met een actueel kwaliteit-systeem. Dit geeft inzicht in de schoolorganisatie en de actie- en verbeterpunten. In 2014 is er een ouder-, personeel- en leerlingtevredenheid onderzoek gehouden. Met de uitkomsten van dit onderzoek hebben wij een sterkte-zwakte analyse gemaakt en een optimalisatie-plan opgesteld. Wij luisteren goed. Wij hechten daarom grote waarde aan uw bijdrage. Vooral bijdragen voor verbetering en innovatie van ons onderwijs. Op- en aanmerkingen van alle stakeholders, onze betrokkenen, nemen we mee met de evaluatie van dit schoolplan. Deze staat aan het eind van de planperiode, in 2019, op de agenda.

Namens het team van de Van Reenenschool,
Caroline le Clercq RDO, directeur
Eleonore Jansma, adjunct-directeur

Bergen, Juli 2015

Top
 

Inhoudsopgave:



1. Strategisch beleid ISOB


De ISOB heeft in het strategisch beleidsplan de belangrijkste beleidsthema's en onderwerpen voor 2015-2019 beschreven. Diverse onderwerpen zullen de komende planperiode een vertaalslag krijgen naar beleid op schoolniveau en zullen ook mede richtinggevend zijn voor de uitwerking van de beleidsonderwerpen in dit schoolplan. De thema's en onderwerpen zijn aan het eind van dit hoofdstuk vermeld. De ISOB is een organisatie voor openbaar basisonderwijs. In het openbaar onderwijs is ieder kind en iedere leerkracht welkom, ongeacht zijn of haar sociale, culturele of levensbeschouwelijke achtergrond. De openbare school leert kinderen van jongs af aan respect te hebben voor elkaars mening of overtuiging. Openbaar onderwijs besteedt actief aandacht aan de pluriformiteit die onze samenleving kenmerkt, gaat segregatie tegen, draagt bij aan integratie en stimuleert democratisch burgerschap. ? De visie van de ISOB stoelt op een aantal kernwaarden die de gerichtheid van de organisatie aangeven. Deze kernwaarden vormen tevens de basis voor de centrale doelstellingen in het strategisch beleidsplan die gelden voor de komende jaren 2015-2019. De visie van de ISOB geeft de ambitie en de richting aan waarmee wij de komende jaren willen werken. De missie van de ISOB is een koers tot 2020: "Samen sterk voor ieder kind". Er zijn zes kernwaarden:
  1. kindgericht,
  2. toekomstgericht,
  3. resultaatgericht,
  4. maatschappijgericht,
  5. personeelsgericht
  6. samenwerkingsgericht (zie verder het ISOB strategisch beleidsplan)
Deze visie wordt gekenmerkt door vijf koerselementen. De vijf richtingen omvatten elk een aantal kernwaarden die de ISOB als leidraad ziet voor haar acties en beleid in de toekomst. Alle medewerkers worden gestimuleerd om vanuit deze kernwaarden te handelen en elkaar daarop aan te spreken. Het eigen gedrag van medewerkers geldt steeds als voorbeeld voor kinderen (en hun ouders). De kernwaarden bepalen voor een groot deel het imago en de 'uitstraling' van onze organisatie als geheel en van iedere school afzonderlijk. Belangrijk uitgangspunt daarbij is, dat onze scholen op een eigen wijze invulling geven aan deze vijf richtingen en de daarbij behorende kernwaarden binnen een eigen gekozen specifiek schoolprofiel of -concept (regenboogvisie).

Top

Dichtbij de leerling:
Door krimp loopt het aantal leerlingen de komende jaren verder terug. Wij beschouwen dit als een gegeven, maar laten ons daar niet door leiden. Wij zien het als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om in te zetten op het behoud van onze scholen in de dorpskernen, buurten en wijken waar ze zich nu bevinden. Wij bieden kwalitatief hoogwaardig onderwijs dicht bij de leerling.Onze scholen zetten actief in op verbinding met de omgeving door de dialoog aan te gaan en samenwerking te zoeken met ketenpartners. Dit zal resulteren in een doorlopend ontwikkelingsaanbod integrale kind centra van 0 tot 13 jaar, dat aansluit bij de behoeften van de specifieke doelgroep. De school vormt het kloppend hart van de wijk en vervult een belangrijke maatschappelijke functie. Top

Brede kwaliteit:
Voor de ISOB -scholen is kwaliteit meer dan hoge Cito scores. Zonder uit het oog te verliezen dat hoge opbrengsten een belangrijke kwaliteitsindicator zijn, zullen wij ons deze periode actief richten op het formuleren en implementeren van het begrip brede kwaliteit in het kwaliteitskenmerk "ISOB timaal" dat voor al onze scholen het ultieme ontwikkeldoel vormt. Begrippen als sociale veiligheid, brede persoonlijkemaatschappelijke-en culturele vorming, eigentijdse leermethodieken, stimuleren van onderzoekend leren, talentontwikkeling, toekomstgerichtheid van het onderwijsaanbod en klanttevredenheid zullen hun uitwerking vinden in de brede kwaliteit die de ISOB scholen bieden. Daarbij stelt de school de leerling centraal. Om de ontwikkeling van de kwaliteit te monitoren wordt gebruik gemaakt van een cyclisch kwaliteitsinstrument waarmee de scholen door zelf evaluaties en collegiale visitaties werken aan de permanente ontwikkeling van hun kwaliteit; iedere dag een beetje beter. Top

Talentontwikkeling:
Met de invoering van passend Onderwijs zetten alle scholen in op het bieden van passende onderwijsarrangementen voor zoveel mogelijk kinderen in een reguliere onderwijssetting. Door de voortschrijdende implementatie van ICT- toepassingen zullen de ISOB scholen vormen van gepersonaliseerd leren steeds meer vorm gaan krijgen. Hierbij zal speciale aandacht zijn voor het signaleren van top talenten en het bieden van een uitdagend onderwijs aanbod voor hen. Ook leerkrachten en directeuren worden gestimuleerd hun talenten binnen de organisatie verder te ontwikkelen en aan te wenden ten gunste van de organisatie. Top

Lerende organisatie:
Onderwijs staat midden in de samenleving en zal zich onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen permanent moeten blijven ontwikkelen om maatschappelijk relevant te blijven. Scholen staan voor de uitdaging leerlingen voor te bereiden op een toekomstig leven in een snel veranderende samenleving die zich laat kenmerken als een informatie-en netwerkmaatschappij. Daarnaast vragen passend onderwijs en de expliciete aandacht voor talentontwikkeling om een permanente ontwikkeling van het onderwijzend personeel, maar ook van de schoolorganisatie als geheel. Dit betekent dat de ISOB scholen onder leiding van bekwame schoolleiders zich permanent individueel en als collectief blijven ontwikkelen in hun professionaliteit. Op de Van Reenenschool leren wij van elkaar en is het niet erg om fouten te maken. We kunnen spreken van een veilige leeromgeving. Iemand in zijn/haar kracht zetten hoort hier ook bij. Verantwoordelijkheid en dingen delen zijn onderdeel van de lerende organisatie. D.m.v. werkgroepen worden er belangrijke zaken uitgezocht met elkaar en waar het kan besluiten genomen. Leerkrachten worden in de gelegenheid gesteld zich verder te ontwikkelen b.v. door scholing en die kennis met elkaar te delen.

Top

De kracht van samenwerking:
ISOB werkt permanent aan sterke scholen, die stevig zijn verankerd in de dorpen, buurten en wijken. Geen school kan dit alleen. Op alle niveaus wordt, om dit te kunnen bereiken, actief op vormen van samenwerking gekoerst. Onderlinge samenwerking tussen de ISOB scholen vanuit gezamenlijk gedragen visie en kernwaarden moet leiden tot synergie en solidariteit. ISOB moet een sterke "merknaam" worden. Vanuit een centrale sturing geven de scholen een eigen gezicht aan het ISOB gedachtengoed, passend bij de specifieke situatie van de eigen school. Het credo in het organisatiemodel is daarbij "decentraal, tenzij….". Daarnaast streven wij de actieve samenwerking na met ouders en ketenpartners in educatief partnerschap. Om de positie van de totale organisatie te versterken worden samenwerkingsvormen met andere schoolbesturen binnen en buiten de denominatie de komende periode actief onderzocht. ( zie verder het strategisch beleidsplan blz.10: doelen en uitwerking) Per schooljaar worden deze uitgewerkt in een jaarplan.

De kracht van samenwerking leeft op dit moment op de Van Reenenschool. Leerkrachten onderling, leerkracht-leerling, ouders - leerkracht, ouders -school. Dit allemaal om voor de kinderen het beste te bereiken. De school gaat een persoonlijke aanpak de komende jaren ontwikkelen, waarbij kinderen eigenaar zijn van hun leerproces. In gesprek gaan met elkaar is een onderdeel hiervan. Ook samenwerking met verschillende partners kom je op de Van Reenenschool tegen. Denk aan de goede samenwerking met de BSO Alles Kits, de peutergroep, die volgens het schoolconcept werkt, de samenwerking met Museum en Culturele Buitenplaats Kranenburgh, het Sterkenhuis, kunstenaars, de bibliotheek, IVN (natuur), enz. Door deze partners maken de kinderen kennis met een breed aanbod van belangrijke en zinvolle activiteiten. Kunst, cultuur en sport ondersteunt het onderwijs op de Van Reenenschool.

Top
 

2. De Van Reenenschool


2.1. Inleiding

Dit hoofdstuk gaat over de wijze waarop op onze school over het te geven onderwijs gedacht wordt. Na een korte omschrijving van de school volgt een overzicht van onze belangrijkste kansen en bedreigingen. Waar liggen de sterke en minder sterke kanten van onze school? Tenslotte volgen nog vijf uitgangspunten die voor ons onderwijs van belang zijn.

Top

2.2. Korte beschrijving van de school

De Van Reenenschool is een openbare basisschool, één van de twee in Bergen. De leerlingen komen uit de ruime omgeving van de school. Er werken 17 personeelsleden en er zijn 4 onderwijs ondersteuners werkzaam op de Van Reenenschool Een aantal heeft zich gespecialiseerd in het werken met kleuters en de overigen in het werken met oudere kinderen. Er zijn leerkrachten die gespecialiseerd zijn in het specifiek begeleiden van kinderen die speciale zorg nodig hebben. Op 1 februari 2015 zitten er 220 leerlingen op school, verdeeld over acht groepen.

Top

2.3. Kansen en Bedreigingen / SWOT:

Top

2.4. De belangrijkste bedreigingen voor onze school:

Top

2.4.1. Pluspunten (vanuit de ouderenquête: Scholen met Succes, maart 2014)

Als sterke punten zijn naar voren gekomen: Top

2.4.2. Verbeterpunten

Als minder sterke punten kwamen naar voren: Top

2.5. Visie van de school

De Van Reenenschool, uniek gelegen aan de rand van het bos, is een school met: Wij vinden het belangrijk dat de kinderen met plezier naar school gaan. De school moet een plaats zijn waar kinderen zich veilig en geaccepteerd voelen en waar zij zich kunnen ontplooien tot zelfstandige, evenwichtige individuen. Een plaats waar ook ouders en leerkrachten graag zijn en dit uitdragen en uitstralen. Kortom een grote betrokkenheid onder leerkrachten, leerlingen en ouders.

Het is een basisschool van hoge kwaliteit en toch toegankelijk voor iedereen.©

Wij geven uw kind bagage mee!®

Wij willen de kinderen optimaal begeleiden zodat zij zich op hun eigen niveau maximaal kunnen ontwikkelen, zowel intellectueel als sociaal en emotioneel. Wij vinden het belangrijk dat de kinderen veel leren en dat het onderwijs zoveel mogelijk wordt aangepast aan de mogelijkheden van het kind. Wij houden rekening met de creatieve wijze waarop kinderen leren, het leervermogen en het leertempo. Wij werken aan een fijne sfeer in de groepen en hanteren verschillende werkvormen. Er wordt klassikaal gewerkt, maar er is ook veel ruimte voor de kinderen om zelfstandig te werken. Wij verzorgen onderwijs op maat en bevorderen het zelfvertrouwen en competentie gevoelens bij de leerlingen. De komende jaren zijn de acht intelligenties van Howard Gardner uitgangspunt voor ons onderwijs en de zingeving ervan. (zie ook bijlage 2) Het excelleren is van belang. Hiervoor moeten kinderen eerst hun creativiteit kunnen toepassen. (Zie taxonomie van Bloom in bijlage 3) De zelfstandigheid en betrokkenheid van de kinderen is een belangrijk uitgangspunt en de personificatie van het onderwijs in alle groepen zal ontwikkeld gaan worden door o.a. gesprekken met kinderen, kind plannen, handelingsgericht werken. Ook het integreren van o.a. zaakvakken zal de komende jaren een rol spelen. Dit om het onderwijs aantrekkelijker en interessanter te maken voor de kinderen, zodat ze gemotiveerd zijn bij het leren en het ontdekken van hun wereld. Het begrip "samen" vinden wij, zowel op school- als op groepsniveau, van groot belang: Samen spelen, samen leren, samen vieren, samen beleven. Gelijkwaardigheid tussen mensen is een belangrijk uitgangspunt.

Wij willen dat de kinderen respect op kunnen brengen voor waarden en normen van anderen, die zich onderscheiden in kleur, status, handicap, cultuur of geloof.

Wij zijn alert op discriminatie en pesten en werken vooral aan het voorkomen ervan. (zie ook hoofdstuk 3.2.6 Schoolklimaat) Door veel bezig te zijn in de natuur met sport/spel, creatieve- en natuurvakken en cultuureducatieve vakken, ontdekken de leerlingen de wereld om zich heen, ontwikkelen ze er respect voor en kunnen ze zich veelzijdig ontplooien. Onze prachtige schoolomgeving en leefomgeving draagt hier ook aan bij.

Top
 

3. Onderwijskundig beleid


3.1. Inleiding

Allereerst gaan wij in op de doelstellingen van ons onderwijs en de wijze waarop dit gestalte krijgt, zowel waar het gaat om de samenstelling van de groepen als de verdeling van tijd (rooster). Vervolgens gaan wij in op de ononderbroken ontwikkelingsgang, zorg op maat en het schoolklimaat. De verschillende ontwikkelingsvakken, zoals deze in de wet zijn opgenomen, komen in specifieke zin aan de orde. Uitgebreid gaan wij daarna in op de zorgverbreding. (zie ook 3.6.1.)

Top

3.2. Doelstellingen en uitgangspunten

3.2.1. Doelstelling

Het onderwijs is zodanig ingericht dat er optimaal sprake is van een ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen. Wij stemmen de voortgang af op de ontwikkeling van de kinderen (adaptief onderwijs). Het onderwijs richt zich op een breed aanbod ,waarbij de prioriteiten liggen bij de basisvakken (taal, lezen, rekenen) en wij streven ernaar ieder kind (op zijn eigen niveau) een zo hoog mogelijk eindresultaat te laten bereiken. Het onderwijs begeeft zich globaal binnen de kaders zoals deze zijn aangegeven binnen de kerndoelen. Wij baseren ons daarbij vooral op de aanwijzingen van de methodemakers en weten dat onze vrij recent aangeschafte methodes voldoen aan deze criteria. De voortgang van het onderwijs wordt voor alle leerlingen gevolgd met een voortgangsregistratie (Cito leerlingvolgsysteem). Bovendien hebben wij voor alle kinderen een leerlingvolgsysteem op sociaal-emotioneel gebied. Tevens wordt er gewerkt met een methode t.b.v. deze ontwikkeling: Vreedzame School.

Top

3.2.2. Samenstelling groepen

Het onderwijs wordt gegeven in leerstofjaarklassen. De 4-6 jarigen zitten in heterogeen samengestelde groepen. Inhoudelijk overleg vindt plaats in onderbouw (groep 1 tot en met 4) en bovenbouw (groep 5 tot en met 8). Huishoudelijk en inhoudelijk overleg vindt in plenaire bijeenkomsten plaats. Het management van de school bestaat uit een directeur en een adjunct (de directie). De bouwcoördinatoren en de intern begeleider vormen samen met de directie het Groot MT. Zij bereiden de vergaderingen met elkaar voor.

Top

3.2.3. Rooster

Het schooljaar omvat 880 uur (+ marge) voor de groepen 1 t/m 4 en 1000 uur (+ marge) voor de groepen 5 t/m 8. Een werkweek (leerlingen) in de onderbouw duurt 23,75 uur en voor de bovenbouw 25,75 uur. In de onderbouw wordt op vrijdagmiddag niet gewerkt. In alle groepen wordt er gewerkt volgens een vast rooster.

Top

3.2.4. Zorgen voor een ononderbroken ontwikkelingsgang

Voor het handelen van de leerkracht betekent dit voor ons: Daarnaast biedt de leerkracht de kinderen een aanvullend programma aan. Op gezette tijden stelt de leerkracht vast welke problemen kinderen ondervinden in het leer- en ontwikkelingsproces. Na zorgvuldige vaststelling van de aard van de problemen en haar oorzaken bepaalt de leerkracht en houdt hij /zij bij op welke wijze de kinderen verder geholpen kunnen worden. Het handelen van de leerkracht op bovenstaande manier hangt nauw samen met het verzorgen van onderwijs op maat en het bevorderen van zelfvertrouwen en competentieervaringen bij leerlingen. De leerkracht kan hierbij het zgn. "Kind plan" gebruiken.

Top

3.2.5. Zorg op maat

Onderwijs op maat betekent voor ons allereerst het leveren van zorg op maat. Daarvoor is in de afgelopen jaren een solide basis gelegd in de vorm van een samenhangend systeem van leerlingenzorg. Centraal in dit systeem staat het leerlingvolgsysteem.

Het systeem heeft de volgende kenmerken: Met betrekking tot de rol van de directie in verhouding tot de intern begeleider het volgende: de directeur is op afstand betrokken bij de individuele onderwijszorg. Tussen de directeur en de intern begeleider vinden twee- wekelijkse gesprekken plaats. In deze gesprekken wordt de directeur over recente ontwikkelingen op de hoogte gehouden door de intern begeleider, wordt de voortgang besproken en worden knelpunten gesignaleerd en oplossingen voor deze knelpunten gezocht.

Besluitvorming ten aanzien van verwijzingen gebeurt door de directeur en intern begeleider. Besluitvorming over handelingsplannen gebeurt door de intern begeleider, na bespreking met de directeur. Ook is er regelmatig een overleg met het Ondersteuningsteam. Daar kan de directeur bij aanwezig zijn. Wat betreft de praktische uitwerking verwijzen wij naar het hoofdstuk Passend Onderwijs en het school ondersteuningsprofiel van de school. Bijzondere aandacht rond de zorgverbreding bestaat er voor de rol van de ouders. Het begeleiden van onze leerlingen is niet alleen een zaak van school. De wijze waarop ouders en/of verzorgers van deze leerlingen omgaan met de ontwikkeling van hun kind kan bevorderend en ondersteunend werken. Om de betrokkenheid van ouders en verzorgers te stimuleren betrekken wij hen zo veel mogelijk bij begeleiding en stemmen wij ons doel van werken mede met hen af.

Top

3.2.6. Schoolklimaat

Zoals in onze visie is aangegeven vinden wij dat de school een veilige plek moet zijn. Dat kan alleen maar gebeuren in een situatie waarin kinderen respect op kunnen brengen voor zichzelf en vervolgens voor de ander en voor de omgeving. Wij verwachten van leerkrachten dat zij geregeld en structureel met kinderen in een open gesprek onze visie aan de orde laten komen en zelf daarnaar handelen. Aan de hand van concrete voorbeelden bespreken wij wat het betekent om respectvol in het leven te staan. Wij dragen zorg voor een klimaat waarin de leerlingen en leerkrachten zich veilig voelen en positief met elkaar om gaan. Wij zijn sinds 2012 een Vreedzame School en werken volgens deze methode door de hele school voor de kinderen van 2 tot 12 jaar. In groep 8 wordt er een training Rots en Water gegeven. Deze training wordt door een eigen gecertificeerde leerkracht gegeven en volgt de uitgangspunten van de Vreedzame School. De Van Reenenschool heeft een "pestbeleid" en er zal binnenkort een pestcoördinator op school aanwezig zijn.

Top

3.3. Vak- en vormingsgebieden

Wij willen volstaan met de opsomming van de vak- en vormingsgebieden en de daarbij gebruikte methoden, plus een aantal aanvullingen waar verwacht mag worden dat in de komende vier jaar wijzigingen plaatsvinden.

Top

3.3.1. Lichamelijke Oefening

In de kleutergroepen staat bewegingsonderwijs dagelijks op het programma. Basislessen Bewegingsonderwijs van W. van Gelder jr. ( nieuwe versie) vormt een uitgangspunt voor onze lessen lichamelijke oefening in de groepen 3 t/m 8. Teamteaching kan voorkomen bij het geven van bewegingsonderwijs bij ons op school. Dan wordt de les door een leerkracht met gymbevoegdheid gegeven en neemt de andere leerkracht de klas over tijdens deze gymtijd. Een keer per week hebben de groepen 3 t/m 8 een vakuur bewegingsonderwijs. Dat vakuur wordt door een vakdocent bewegingsonderwijs gegeven. Veel aandacht is er voor spel en sport, mede doordat er als naschoolse activiteit aan veel sporttoernooien en de "Sportpas" wordt deelgenomen. In groep 6 worden 4 schaatslessen door de school gepland. De kinderen krijgen deze schaatslessen op Schaatsbaan De Meent in Alkmaar. Wij vinden het belangrijk dat de kinderen de schaatstechniek leren.

Top

3.3.2. Nederlandse taal

Kleuterplein (methode voor de kleuters)
Aanvankelijk lezen: Veilig leren lezen. + computerprogramma. ( versie 2005) Voortgezet technisch lezen: Leesparade (groep 4 en 5) Begrijpend lezen: Kidsweek (groep 6 t/m 8) Taal Spelling: STAAL (2014) Extra materialen zoals: Kies maar, Slagwerk. Schrijven: Schrijven in de basisschool. Pennenstreken (groep 3)

Top

3.3.3. Rekenen en wiskunde

Top

3.3.4. Engelse taal

Take it Easy (groep 7 en 8) en Groove Me (groep 6 t/m 8)

Top

3.3.5. Aardrijkskunde

Geobas + Topo

Top

3.3.6. Geschiedenis

Brandaan

Top

3.3.7. Natuur, waaronder biologie en techniek

Wereldoriëntatie: wordt in onderbouw niet methodisch maar thematisch aangeboden.

In 2015 gaan we ons oriënteren op een nieuwe methode waarin alle zaakvakken , natuur-en techniek integraal worden aangeboden.

Techniek: "Maak het maar", leskisten techniek, technisch lego, ict en techniek (groep 7,8) Pittige Plustorens
Kleuterplein

Top

3.3.8. Maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting

Methode voor de sociaal-emotionele ontwikkeling: Vreedzame School van 2 tot 12 jaar. Volgen van een leerlingvolgsysteem voor de sociale ontwikkeling "Opseo" (Observatie Pakket Sociaal Emotionele Ontwikkeling). In groep 8 krijgen de kinderen tien lessen " Rots en Water " Dit Project heeft als doel om de weerbaarheid van kinderen te vergroten, respect hebben voor elkaar te bevorderen, en streeft er naar het welzijn van kinderen te vergroten. Deze lessen zijn volgens het Vreedzame School principe. Verder maken wij gebruik van "gastlessen" van o.a. de adoptieagent, GGD, historicus, het VO. Voor andere maatschappelijke onderwerpen wordt tevens gebruik gemaakt van "gastlessen". Deze worden o.a. door bureau Halt gegeven. Verder heeft de school voor de groepen 6,7 en 8 HVO lessen. Deze worden door een HVO docent gegeven. Groep 5 en 6 gaan jaarlijks naar zorgcentrum de Marke in Bergen om Kerst- en Paas pakketten aan de bewoners te brengen. Ook komen er jaarlijks ouderen in de school om mee te doen aan het "ouderen project". Van deze ouderen wordt een portret gemaakt door kinderen van een onderbouw groep. Komend jaar is het plan om te gaan samenwerken ( groep 7 of 8) met de Mytylschool. De kinderen zullen dan d.m.v. een thema met elkaar een activiteit gaan doen in de Mytylschool,

Top

3.3.9. Expressie-activiteiten

De expressievakken kunnen door de groepsleerkrachten gegeven worden. Er worden ook lessen gegeven door kunstenaars en vakdocenten. Denk daarbij aan de cultuurcoach, die onder schooltijd en na schooltijd les geeft van een uur. Alle disciplines kunnen door de school gekozen worden. Tevens hebben wij een vakdocent Beeldende Vorming die ook de ICC -er van de school is. Zij organiseert de vakuren Beeldende Vorming en werkt projectmatig d.w.z. er wordt in meerdere weken aandacht aan een bepaalde kunststroming of kunstenaar besteed. Zij kan een doorgaande lijn beeldende vorming voor de hele school aanbieden. Het werk van de kinderen wordt altijd tentoongesteld in de school of op korte filmpjes vastgelegd. Deze filmpjes staan op de website van de school: www.vanreenenschool.nl

Top

3.3.10. Bevordering sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer

Wij gebruiken een methode voor verkeer: Van veilig verkeer Nederland( VVN) " de verkeerskrant" ( groep 3 t/m 8). Het verkeersexamen VVN voor groep 7 (computer en praktisch).? De leerlingen van groep 7 krijgen ook een speciale les over de dode hoek bij vrachtwagen Elk jaar is er voor alle kinderen een fietscontrole op school. Dit wordt door de plaatselijke rijwiel- handelaar georganiseerd in samenwerking met de Provincie.

Top

3.3.11. Bevordering van het gezond gedrag

Dit vak wordt doorgaans aangeboden in combinatie met biologie, milieu - en gezondheidsleer. In groep 8 wordt een cursus Jeugd E.H.B.O. gevolgd.

Top

3.3.12. ICT onderwijs

We beschikken op het ogenblik over veel computers. Alle computers zijn aangesloten op ons Web based Netwerk (server op afstand). In de gang op de bovenverdieping kan ICT onderwijs aan een kleine groep gegeven worden. Ook kunnen de kinderen op de bovenverdieping digitaal getoetst worden De school heeft een professionele website die door de ICT-er bijgehouden wordt. Alle groepen posten op hun weblog, die te vinden is onder een bomennaam op de website: www.vanreenenschool.nl De ICT-er voert volgens het taakbeleid zijn ICT taken binnen de school uit. Hij is verder vrij van andere taken. Hij overlegt tevens met de groep ICT-ers van de ISOB, zo'n zes keer per jaar. Hieruit volgt vaak nieuw ICT beleid. De groepen 3 t/m 8 hebben een digitaal "Smartbord". De school heeft ook verschillende divices zoals: tablets, laptops. De school werkt samen met een professioneel ICT bedrijf. Zie ook het ICT Beleidsplan (ISOB en School).

Top

3.3.13. Cultuureducatie en cultureel erfgoed

Dit wordt in projectvorm in de onder- midden- en bovenbouwgroepen aangeboden. Vanaf groep 5 is er een jaarlijks project over het dorp Bergen, de leefomgeving van de kinderen. In elke groep wordt een vast onderwerp besproken en uitgewerkt. Onderwerpen zijn o.a. Onderwijs van vroeger en nu, de schilderkunst van Bergen, architectuur in Bergen, de Slag van Bergen, Het Oude Hof, de musea van Bergen. In samenwerking met allerlei instanties zoals: Monumentenzorg, Museum en Culturele Buitenplaats Kranenburgh, het Sterkenhuis, de bibliotheek etc. zijn er activiteiten bedacht omtrent dit cultureel erfgoed. Het werken met een monumentenkist is een van de activiteiten. Het doel van dit project is om de kinderen op allerlei gebieden met een monument te laten kennis maken, te informeren. Elk jaar zal dit project in de school terugkeren met steeds een ander accent t.o.v. een monument of cultureel erfgoed. Tevens kunnen wij samenwerken met andere basisscholen op dit gebied. Vanaf 2009 heeft de school een Cultuur Beleidsplan en een gecertificeerde ICC-er. Zij is tevens de boven schoolse vakdocent Beeldende Vorming. Ook exposeren wij regelmatig in de school en in het dorp met het werk van de kinderen. Op de schoolwebsite staat regelmatig het gemaakte werk van de kinderen op hun weblog Sinds 18 mei 2011 is de Van Reenenschool Cultuurschool van Noord Holland.

Top

3.3.14. Techniek

Alle groepen hebben leskisten met materialen om de technieklessen te kunnen geven. Tevens kunnen er uit de map "Maak het maar" technieklessen gedaan worden. Ook hebben wij de "Pittige Plustorens" voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben. Wij gaan ons het komende schooljaar oriënteren op een andere methode voor wereldoriëntatie, natuur- en techniek. Het liefst hebben wij een geïntegreerde methode waar al deze vakken op een zinvolle en uitdagende manier aan bod komen.

Top

3.4. Kerndoelen

Wat betreft de vak- en vormingsgebieden gaan wij er van uit dat de door ons gebruikte methoden in het algemeen leiden tot het realiseren van de kerndoelen. Tevens letten wij erop dat nieuwe methoden voldoen aan de referentie niveaus. (zie bijlage 1: kerndoelen)

Top

3.5. Multi -cultureel onderwijs en actief burgerschap

Onze schoolbevolking kent leerlingen uit andere culturen. Door de inbreng van deze leerlingen in de kringgesprekken komen al veel multiculturele aspecten het onderwijs binnen. De groepsleerkrachten geven aandacht aan de onderwerpen en proberen die vanuit verschillende invalshoeken te bekijken. Er komt steeds meer aandacht voor Actief Burgerschap in het onderwijs. Met ingang van 1 februari 2006 is in de Wet op het Primair Onderwijs de verplichting voor basisscholen opgenomen om aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Ook in de nieuwe kerndoelen komen deze begrippen terug. Ingegeven door de behoefte aan meer maatschappelijke samenhang en betrokkenheid in een sterk geïndividualiseerde en veelkleurige maatschappij, is het in toenemende mate een taak voor de school om leerlingen op te voeden tot een leven in de gemeenschap, om leerlingen voor te bereiden op een actieve rol in de samenleving. Uit onderzoek blijkt dat als leerlingen zich verantwoordelijk voelen voor het klimaat in de klas en op school, er beduidend minder problemen zijn. We nemen de leerlingen serieus en laten hen leren door te doen. De school is bij uitstek een leerschool, waarin leerlingen ervaringen op kunnen doen door aan concrete maatschappelijke taken deel te nemen en op die manier vaardigheden te leren die passen bij een actief en betrokken democratisch burgerschap. Onderwijs is niet een voorbereiding op deelname aan de samenleving. Het is zelf een belangrijke vorm van samenleven. De school heeft regelmatig een Goede Doelen Actie en gaat jaarlijks met een groep naar het Zorgcentrum in Bergen om Kerstpakketten en/of Paaspakketten aan de bewoners te brengen.

Top

3.6. Zorg en ondersteuning


3.6.1. Passend onderwijs en (extra) ondersteuning

Samenwerkingsverband Basisscholen, scholen voor speciaal basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs werken samen in regionale samenwerkingsverbanden passend onderwijs. De samenwerkingsverbanden zijn verantwoordelijk voor een dekkende ondersteuningsstructuur, het toewijzen van extra ondersteuning en de toelaatbaarheid tot scholen voor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs cluster 3 en 4. Onze school is aangesloten bij het samenwerkingsverband Kennemerland Noord School ondersteuningsprofiel In het kader van passend onderwijs, is er een document gemaakt waarin we beschrijven welke mogelijkheden onze school heeft voor de ondersteuning van onze leerlingen die uiteenlopende onderwijsbehoeften hebben. Dit document heet het school ondersteuningsprofiel. Dit is een procesdocument dat regelmatig geactualiseerd wordt en mede basis is voor de ontwikkeling van onze expertise en vormgeving van ons onderwijskundig beleid. De invulling van het school ondersteuningsprofiel is mede afhankelijk van de afspraken die binnen het samenwerkingsverband worden gemaakt. In het school ondersteuningsprofiel worden onze basisondersteuning en mogelijkheden voor extra ondersteuning beschreven. Basisondersteuning Basisondersteuning wordt aan al onze leerlingen geboden. We zetten onze kennis, vaardigheden en ondersteuning structuur in om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften die onze leerlingen hebben. Hieronder valt in ieder geval - het vroegtijdig signaleren van cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling; - de zorg voor een veilig schoolklimaat en aanpak gericht op sociale veiligheid; - een protocol medisch handelen; - het ondersteunen van leerlingen met specifieke behoeften. Deze leerlingen kunnen we binnen onze basisondersteuning begeleiden. Dit zijn b.v. leerlingen met faalangst, onrust/ concentratie, somatische problemen, lees/ taalproblemen, leerproblemen, hoge intelligentie, dyslexie en dyscalculie. Extra ondersteuning Voor sommige leerlingen hebben we extra faciliteiten nodig en zijn er speciale randvoorwaarden. We spreken van extra ondersteuning als een leerling -bovenop de basisondersteuning die onze school biedt- extra zorg of begeleiding nodig heeft. Zo'n leerling heeft binnen de onderwijs ondersteuning structuur (die verderop wordt beschreven) al allerlei aandacht gehad en is besproken in een leerlingbespreking of ondersteuningsteam. Bij een vraag voor extra ondersteuning wordt het samenwerkingsverband betrokken en gaan alle betrokkenen met elkaar in gesprek -zoals de ouders, leraar, intern begeleider, expert van het samenwerkingsverband, mogelijk andere externen- om zicht te krijgen op de specifieke behoeften en gewenste ondersteuning. Hierbij wordt een groeidocument gebruikt waarin de relevante gegevens en vraagstelling komen te staan om uiteindelijk een arrangement te kunnen formuleren. Het gaat bij een arrangement b.v. om benodigde en aanwezige deskundigheid, de aandacht en tijd die vrijgemaakt moet en kan worden voor de leerling, de methodieken en materialen die gebruikt kunnen worden, de samenwerking met en ondersteuning van externe partners. Voor een arrangement zijn meestal extra middelen, menskracht en deskundigheid van buiten de school nodig. Bij het bepalen of de gewenste ondersteuning door onze school geboden kan worden, spelen ook andere overwegingen een rol. Het gaat dan b.v. om de totale zwaarte van de groep (balans, samenstelling), de veiligheid van de groep, de zelfredzaamheid van een leerling, de zwaarte van de problematiek. Ook is medebepalend in hoeverre er sprake is van stagnatie in de ontwikkeling van de leerling of de noodzakelijkheid van het verrichten van medische handelingen. Wanneer onze school de extra ondersteuning zelf niet kan bieden, wordt samen met de ouders en een expert van het samenwerkingsverband gekeken naar een andere passende onderwijsplek. Onderwijs ondersteuningsstructuur Onder de onderwijs ondersteuningsstructuur valt de organisatie van de zorg en begeleiding en de samenwerking met externe deskundigen en andere organisaties.

Top

3.6.2. Zorgsysteem

Wij willen binnen onze school een sluitend systeem aan speciale onderwijszorg bieden binnen de mogelijkheden die daarvoor op onze school bestaan. Dit realiseren we door: De school werkt met het Cito Leerling Volg Systeem. Binnen dit systeem gebruiken we de volgende toetsen: Ieder jaar plannen wij in januari/ februari en mei/ juni toets weken (zie toets kalender). In deze weken worden in alle groepen de bovenstaande toetsen afgenomen. Na de toetsweek krijgen de leerkrachten twee weken de tijd om de toetsen te corrigeren en de resultaten te verwerken in individuele en groepsoverzichten. Deze overzichten worden besproken in de teamvergadering en met de intern begeleider. In overleg wordt bepaald welke leerlingen in de komende maanden extra zorg nodig hebben. Voor deze leerlingen wordt een plan opgesteld door de leerkracht in samenspraak met de intern begeleider. Uit de groepsoverzichten kan eveneens blijken dat een hele groep extra aandacht moet besteden aan één van de vak - of vormingsgebieden. De resultaten worden in de computer bijgehouden (Esis B). In juni wordt een planning gemaakt voor het nieuwe cursusjaar: welke leerlingen komen vanaf het begin van het nieuwe schooljaar in aanmerking voor extra zorg en hulp. Dit wordt voorafgaande aan de overgang met de nieuwe leerkracht besproken in het zorgoverleg van juni. Nieuwe groepsoverzichten worden gemaakt voor het volgende schooljaar. Er wordt aangegeven welke onderwijsbehoeften er zijn voor de individuele leerlingen en op basis van deze onderwijsbehoeften worden leerlingen samengevoegd in het groepsplan. Een groepsplan wordt na de Cito toets geëvalueerd en afgesloten. Voor leerlingen met extra onderwijsbehoeften is er een tussentijdse evaluatie Resultaten van de extra inzet wordt besproken met de ouders en er worden eventueel nieuwe afspraken gemaakt. Het kan voorkomen dat de hulp van de ouders wordt ingeschakeld. Voor sommige kinderen is het wenselijk dat ook in de thuissituatie oefenmomenten zijn gepland. Het gemeentebestuur van de BES gemeenten heeft een budget beschikbaar gesteld.(onderwijs achterstanden) Elk jaar kan de school een Project aanvraag indienen. Wanneer een kind ernstige en/ of langdurige problemen heeft en de ontwikkeling stilstaat wordt het kind in het Ondersteuningsteam besproken en/of de hulp ingeroepen van het samenwerkingsverband Noord Kennemerland dor de onderwijs expert te raadplegen. Ook voor dit overleg worden ouders uitgenodigd. De leerkrachten toetsen de leerlingen ook met de methode gebonden toetsen. De rekentoetsen worden digitaal afgenomen. De resultaten van deze toetsen worden verwerkt in Esis. Bij de kleutergroepen wordt met aangepaste observatielijsten van Kleuterplein gewerkt. Hierdoor krijgen de leerkrachten een goed beeld over de gehele ontwikkeling van de kleuters. In oktober nemen wij bij groep 8 de NIO toets af. Deze toets geeft ons extra informatie over het kind en zijn/haar vorderingen, die meegenomen worden in het schooladvies. Vanaf april 2015 wordt de Cito Eindtoets afgenomen in groep 8. Verder gebruiken we het Leerling Volg Systeem in de school.

Top

3.6.3. Leerlingen die zich snel en goed ontwikkelen

Wij hechten er waarde aan dat er naast zorg voor kinderen die minder snel kunnen meekomen, ook specifieke aandacht is voor de leerlingen die zich heel snel ontwikkelen. Wanneer een groepsleerkracht constateert dat een leerling meer dan gemiddeld in staat is de leerstof te verwerken, of wanneer uit de toetsen blijkt dat het kind meer dan gemiddeld begaafd is, wordt door de groepsleerkracht en de intern begeleider een handelingsplan opgesteld.Dit plan is te vergelijken met het eerder besproken handelingsplan, maar kent een langere looptijd. Doorgaans wordt de bestaande leerstof gecomprimeerd( "compacten") en zal de leerling extra en of andere lesstof worden aangeboden ( verrijken) Ook verbreden en verdiepen komt aan de orde. Dit kan ook bestaan uit extra rekenen of taal. Er is tevens materiaal beschikbaar in de "Pittige Plustorens"en er wordt Spaans gegeven aan een kleine groep leerlingen die meer uitdaging nodig hebben. Wij zijn bezig met een uitbreiding van het aanbod voor hoogbegaafde kinderen.

Top
 

4. Personeelsbeleid


4.1. Ontwikkeling en loopbaanperspectief

4.1.1. Gesprekscyclus

Voor het ontwikkelen en onderhouden van de bekwaamheden hanteert de ISOB een gesprekscyclus. De gesprekscyclus is gericht op het functioneren en de ontwikkeling van het personeel. Elk schooljaar voert de directie gesprekken met de leraren en het onderwijsondersteunend personeel. Het College van bestuur voert de gesprekken met de directeuren. De ISOB wil de inzet, kennis en vaardigheden van de leraren en onderwijsassistenten afstemmen op wat de school nodig heeft om de uitgangspunten en doelen te realiseren, zoals die b.v. in het schoolplan zijn beschreven. Er wordt systematisch aandacht geschonken aan de bekwaamheid (kwaliteit). Die bekwaamheid is verwoord en samengevat in een aantal competenties. In de wet BIO (Beroepen In het Onderwijs) worden dit bekwaamheidseisen genoemd. Op basis van deze bekwaamheidseisen heeft de ISOB een competentieprofiel opgesteld waaraan een leraar of onderwijsassistent moet voldoen. Het onderhouden van deze competenties is een verantwoordelijkheid van zowel de individuele personeelsleden en directeur, als van het bevoegd gezag. Het competentieprofiel is een belangrijk onderdeel binnen de gesprekscyclus dat daarin besproken, ontwikkeld, onderhouden en beoordeeld wordt. Er is sprake van een driejaarlijkse cyclus. Elk jaar wordt er een doelstellingengesprek gevoerd en een klassenbezoek gehouden. In het eerste en tweede jaar is er een functioneringsgesprek en in het derde jaar een beoordelingsgesprek.

Top

4.1.2. Scholing en ontwikkeling

In een persoonlijk ontwikkelingsplan geeft de leraar en onderwijsassistent aan hoe en met welke activiteiten aan de competenties en de doelstellingen van de school gewerkt wordt. Dit plan is een terugkerend onderdeel van de gesprekscyclus. Naast deze persoonlijke ontwikkelingsplannen die gericht zijn op individuele doelen, zijn er regelmatig teamgerichte scholingsactiviteiten, waardoor voortdurend gewerkt wordt aan de kwaliteit van het onderwijs en de schoolontwikkeling. Deze activiteiten worden opgenomen in de jaarlijkse schoolontwikkelingsplannen. Er zijn ook andere manieren waarop de teamleden gestimuleerd worden om aan hun bekwaamheid en ontwikkeling te werken. Er wordt binnen de ISOB elk jaar een studiedag met een groep scholen georganiseerd, met verschillende activiteiten en inhouden. Verder is de ISOB gestart met de ISOB-Academie waar professionaliseringsactiviteiten aangeboden en bijeen gebracht worden, zoals cursussen, workshops en trainingen. Ook ontwikkelen leraren zich in de vorm van leernetwerken. Samen met collega's van de eigen school en andere scholen worden ervaringen uitgewisseld, vragen besproken en thema's bestudeerd.

Top

4.1.3. Nascholing

Jaarlijks wordt op school een nascholingsplan opgesteld. In dit plan staat nauwkeurig omschreven welke scholing wordt gevolgd en door wie (schoolgericht/individueel). Nascholing heeft als doel een positieve bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het onderwijs op een school. Daarnaast heeft nascholing het doel bij te dragen aan de individuele ontwikkeling van leerkrachten. Wij stimuleren de leerkrachten gebruik te maken van de Leraren beurs. Verder kan scholing uit het P&A budget betaald worden. In het nascholingsplan moet rekening worden gehouden met nascholingsbeleid in ISOBverband. Tevens hebben wij te maken met de Wet BIO (Beroepen In het Onderwijs). Tijdens de functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken komt o.a. het onderdeel "nascholing" aan de orde. Ook het taakbeleid en het inzetten van de duurzaamheidstoeslag wordt besproken. Verder moet er besproken worden hoeveel uur er lesgegeven wordt. Bij het al dan niet honoreren van de wensen tot nascholing wordt geprobeerd zowel rekening te houden met het belang van de school als met het belang van de individuele leerkrachten. Gezien het beleid van de Van Reenenschool voor de komende jaren zal een nascholingsspeerpunt komen te liggen op de volgende aspecten:
Voor de nascholing binnen ISOB kunnen wij gebruik maken van de ISOB Academie. Hier kun je via E- Learning en workshops aan nascholing doen. In overleg met ISOB en de directeur is voor een andere scholing te kiezen. Het bestuur heeft ooit het predicaat RDO mogen toekennen aan de geschoolde directeuren. Op dit moment kunnen directeuren zich her- registreren via het schoolleiders register. De NSA is daarin opgegaan en RDO zal komen te vervallen. In 2017 moet elke directeur geregistreerd zijn bij het schoolleidersregister. Ook voor het onderwijzend personeel komt een leraren register. Die registratie is essentieel voor de verdere loopbaan.
Top

4.1.4. Functiemix

De functiemix wordt bij de ISOB zowel als loopbaanperspectief voor de leraar als voor de versterking van beleid en kwaliteit van de school ingezet. Een benoeming in een LB functie gebeurt op basis van een beleidskeuze van de school. Hiervoor zijn verschillende functieprofielen gemaakt. Voor de selectie en benoeming in een LB functie wordt een sollicitatieprocedure gehanteerd.

Top

4.1.5. Vrouwen in de schoolleiding

Wat betreft evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 30 van de WPO, is de situatie per 1 juli 2015, dat op de 20 scholen die onder het bestuur van de ISOB vallen elf vrouwelijke directeuren en acht mannelijke directeuren zijn (1 vacant). Op 10 scholen is ook een adjunct-directeur aangesteld, waarvan zes vrouwen en vier mannen.

Top

4.2. Verdeling van taken en werkzaamheden

De Van Reenenschool heeft 17 personeelsleden en 4 onderwijs ondersteuners. Allereerst zijn er de personeelsleden met de verantwoordelijkheid voor een eigen groep, aangevuld met overige taken. Tot het onderwijsondersteunend personeel van de school behoren: een conciërge voor 8 uur per week, een onderwijsassistente voor drie ochtenden per week en een administratieve hulp voor een ochtend en een middag in de week. Schoolschoonmaak is uitbesteed aan een schoonmaakbedrijf. De conciërge is via het schoonmaakbedrijf gedetacheerd (4 uur) op school en er is een conciërge, die door het ISOB aangesteld is voor 4 uur per week

Daarnaast heeft de school: Uitgangspunt voor de school is dat ieder personeelslid, naast lesgevende taken, ook andere taken voor zijn of haar rekening neemt. Wij werken met Taakbeleid van Cupella

Top

4.2.1.Taakbeleid

Binnen de ISOB is in overleg met de scholen en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad het taakbeleid vastgesteld. Binnen dit taakbeleid wordt uitgegaan van een norm jaartaak (1659 uur) voor de onderwijsgevenden waarbinnen onderscheid wordt gemaakt in lesgevende taken, duurzaamheidsuren en deskundigheidsbevordering, vergadertijd en inzet op overige schooltaken. Dit is in de Onderwijs CAO vastgelegd. Het taakbeleid wordt voor aanvang van het nieuwe schooljaar afgesproken. Op niet werkdagen of in een vakantie komen de leerkrachten (naar rato) terug op school voor scholing en andere taken. Als op een dag minimaal 5,5 uur of meer wordt gewerkt, dan heeft de medewerker recht op een half uur pauze, eventueel gesplitst in tweemaal 15 minuten.

Top

4.2.2. Uitgangspunten bij het inzetten van formatie

De basisformatie wordt voornamelijk gebruikt om het personeel over de groepen te verdelen. De onderwijsassistent helpt d.m.v. "meer handen in de groep" en geeft aan enkele groepjes kinderen extra aandacht. Dit kan op rekengebied, leesgebied en werk op niveau zijn. Zij heeft ook de coördinatie van de Pittige Plusgroep en het tutorlezen. De prognose van de Gemeente Bergen voor het leerlingenaantal is niet positief. Het loopt drastisch terug. Dit komt door het feit dat er weinig kinderen (40) in 2013 geboren zijn en er een ruim aanbod (5) van basisscholen in de dorpskern Bergen is. Elke school zal merken dat er een concurrentiestrijd is om de nodige leerlingen op school te krijgen.

Top

4.2.3. Veiligheid

Op school is een "Nood"plan, waarin beschreven staat wat van het personeel en de kinderen verwacht wordt bij calamiteiten. Daarnaast is in ieder lokaal en in de algemene ruimten een plattegrond van de school met daarop de vlucht route aangegeven. Twee keer per jaar wordt er met personeel en kinderen geoefend wat er moet gebeuren bij een calamiteit. Dit is de zgn. "Ontruimingsoefening". Elk kind heeft een vast "Maatje". Bedrijfshulpverlening Op onze school zijn medewerkers aangewezen als bedrijfshulpverlener (BHV). De taken van een BHV-er zijn: Er zijn minimaal drie gecertificeerde BHV-ers op onze school werkzaam. De BHV-ers gaan één keer in de twee jaar op herhaling. Algemene School Verkenning (RIE) Eenmaal in de vier jaar wordt er een algemene schoolverkenning (Risico Inventarisatie) gehouden. Met de opmerkingen die gemaakt worden, gaan team en MR aan het werk en proberen zij onveilige situaties te verbeteren. Er wordt een "Plan van Aanpak" opgesteld en uitgevoerd.

Top
 

5. Kwaliteitsbeleid (Isob tekst)


Het kwaliteitsbeleid is erop gericht om ons werk goed of beter te doen. Het is een proces dat plaatsvindt op individueel niveau (leraar, ondersteunend personeel en directie), schoolniveau (team/organisatie) en boven schools (bestuur). We hanteren hierbij verschillende instrumenten, procedures en vormen van overleg om de kwaliteit van ons onderwijs te bepalen, te bewaken, te borgen en te verbeteren. Het gaat zowel om de inhoud van ons onderwijs, de wijze waarop het onderwijs wordt gegeven, de kwaliteit en competenties van het personeel en de resultaten van het onderwijs.

Top

5.1. Instrumenten, procedures en overleg:

Top

5.2. Kwaliteitsmonitor

Aansluitend op en in samenhang met de hierboven genoemde instrumenten heeft de ISOB een kwaliteitsmonitor, een zelfevaluatiesysteem waarmee zicht gehouden wordt op de kwaliteit. De kwaliteitsmonitor bestaat uit acht onderdelen. De onderdelen zijn Primaire proces, Opbrengsten, Personeel, Beleid in documenten, Communicatie en PR, Financiën, Huisvesting en Evaluatie en verantwoording. Elk onderdeel is onderverdeeld in diverse aspecten. Deze bevatten indicatoren waaraan de school moet voldoen. Wanneer de aspecten beoordeeld moeten worden is in een tijdschema gezet. Met behulp van een informatiedashboard wordt zicht op de kwaliteit van de onderdelen en de aspecten van de kwaliteitsmonitor gehouden, zowel op schoolniveau als bovenschools.

Top

5.3. Kwaliteitscyclus

Om het beleid van de school de komende jaren uit te werken en te bewaken, hanteren we een kwaliteitscyclus met de onderstaande onderdelen. Op deze wijze wordt stapsgewijs en planmatig gewerkt aan de kwaliteit.
Top

5.4. Monitoren van de kwaliteit door het College van Bestuur

Het College van Bestuur monitort voortdurend de kwaliteit van de scholen. Hiervoor worden verschillende instrumenten en acties ingezet. o Managementrapportage en schoolbezoek Twee keer per jaar vindt er een voortgangsgesprek plaats tussen de directeur en het College van Bestuur. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een gesprekskader met de onderdelen van de managementrapportage. De kwaliteitsmonitor is onderdeel van de managementrapportage. Met behulp van het informatiedashboard en de onderliggende informatie monitort het College van Bestuur ook hiermee de kwaliteit. Ook zijn kwaliteit, scholing en schoolontwikkeling vaste bespreekpunten bij het jaarlijks schoolbezoek van het College van Bestuur en het gesprek met directie en team. o Opbrengsten Wat betreft de opbrengsten wordt er specifiek gemonitord op de tussenopbrengsten en eindopbrengsten. Twee keer per jaar wordt er een managementoverzicht gemaakt van de toets gegevens van de scholen uit het leerlingvolgsysteem. Als de eindopbrengsten van groep 8 onvoldoende zijn, maakt de school een analyse voor m.n. begrijpend lezen, rekenen/wiskunde en spelling om vervolgens te beoordelen of er een plan van aanpak moet komen om de opbrengsten te verbeteren. Als de eindopbrengsten voor een tweede achtereenvolgend jaar onvoldoende zijn, wordt er een vervolganalyse gemaakt. M.b.v. deze analyse wordt er een plan van aanpak gemaakt om de opbrengsten te verbeteren.

Top
 

6. Beleidsvoornemens


6.1. Ouderparticipatie

Wij zijn een school waarin ouders nauw betrokken zijn bij het basisonderwijs van hun kind. Niet alleen door het verlenen van hand- en spandiensten, maar ook door hen te betrekken bij de beleidsvoering. Met de ouders van o.a.de Medezeggenschapsraad voeren wij gesprekken over kansen/ bedreigingen, sterke/minder sterke punten, marktgericht denken, actief betrekken van ouders bij beleidsvoering e.d. De MR kan adviseren, instemmen en helpen bij het uitdragen van onze visie. In maart 2015 is er voor de ouders een brainstormavond geweest, waar zij hun mening en ideeën konden geven over onderwerpen die betrekking op het onderwijs en de school hebben en de toekomst van de school. (zie website, communicatie, brainstormavond)

Top

6.2. Informatietechnologie

Wij zijn een school waarin de nieuwe mediamogelijkheden optimaal en functioneel worden ingezet. Gelet op onze visie en onze plannen om het ICT onderwijs een volwaardige plaats in het onderwijs te geven werken we de komende jaren vanuit een duidelijk beleid binnen de school om dit onderwijs optimaal te laten plaats vinden (zie ook 3.3.12). Het ICT beleid zal zich o.a. richten op: goed gebruik maken van de computer binnen ons onderwijs op verschillend gebied; ondersteuning bij de vakken, zoeken naar informatie op internet, het maken van werkstukken, het verzorgen van een presentatie, het onderhouden van onze schoolwebsite, gebruik maken van het smartboard en andere mediamogelijkheden om het onderwijs te ondersteunen, waaronder het werken met verschillende divices en het programmeren door kinderen. ICT heeft een belangrijke functie en plaats binnen de school. Het omgaan met media in de breedste zin van het woord, zal met kinderen en ouders besproken worden om zo de juiste tools te hebben om goed met de media en social media om te kunnen gaan. Het ICT beleidsplan is hier het uitgangspunt (zie ICT beleidsplan). De school heeft een Media Wijsheid beleidsplan dat uitgevoerd wordt binnen de school door de Media Coach.

Top

6.3. Doorgaande lijn

Wij willen dat er binnen de basisvakken sprake is van een eenduidige en op elkaar aansluitende wijze van werken. In de afgelopen jaren is geregeld gesproken over het zelfstandig werken en het werken met een dag- of weektaak. Het leesonderwijs is in de vorige jaren speerpunt geweest en wij hebben geconstateerd dat het leesniveau omhoog is gegaan. De komende jaren ligt het accent op het toepassen van creatieve werkvormen naast het gebruik van de methode, zodat kinderen kunnen gaan excelleren en hun talenten kunnen ontplooien. Door samen met de kinderen het onderwijs vorm te geven, zullen zij meer leren en gemotiveerder zijn om te leren. In de onderbouw is overleg over de thema's die enkele malen per jaar aan deze groepen zullen worden aangeboden. Ook wordt er jaarlijks minimaal één schoolproject gepland. Het gebruik van onze schoolomgeving zal regelmatig uitgangspunt zijn om het natuuronderwijs binnen de school een goede inhoud te geven. Hierbij hebben wij hulp van ouders en het IVN.

Top

6.4. Sponsoring

Een school wil tegenwoordig meer financiële armslag dan via de daartoe geëigende kanalen verkregen wordt. Hierin kan onze Ouderraad, die een Stichting is, een rol spelen. De toenemende financiële zelfstandigheid veroorzaakt bovendien nauwkeurige weging van prioriteiten. Ons bestuur is over de inbreng van externe financiële bronnen gematigd positief zolang er een duidelijke relatie bestaat tussen de sponsor en het onderwijs. Wij delen dat standpunt en denken overigens sponsoring voorlopig te beperken tot de I.T.-sector, de sport en diverse buitenschoolse activiteiten alsmede onderhoudsbeurten aan het gebouw (inbreng eigen ouders). De school werkt met een checklijst om mogelijke commerciële activiteiten te kunnen toetsen en te herkennen. Op de Sharepoint pagina van de ISOB staan algemene richtlijnen over sponsoring.

Top

6.5. PR Beleid

Op school hebben wij een PR beleid. De reclame van mond tot mond over ons onderwijs ervaren wij als positief. Bij belangrijke gebeurtenissen of nieuwsfeiten worden de plaatselijke redacties van o.a. de Duinstreek, het Bergens Nieuwsblad en de Alkmaarse Courant d.m.v. een persbericht of uitnodiging op de hoogte gebracht. Er is een pr werkgroep op school, waar ouders, leerkracht en de directeur in zitten. Er is een communicatie matrix. (zie website) Wij adverteren regelmatig en wanneer de school dit noodzakelijk acht.(volgens een media plan) In een maandnieuwsbrief worden de ouders over schoolorganisatorische zaken geïnformeerd. De website van de school informeert over belangrijke zaken van de school. Wij krijgen een grote en positieve respons van nieuwe ouders op onze website. Verder gaan er brieven naar de ouders waar belangrijke informatie in staat ,meestal met goedkeuring van de directie. Deze gaan per Digitale Post (" Digi Duif"). Er zijn ( interne) richtlijnen opgesteld voor het versturen van een Digi Duif. Ook de O.R. en M.R. kunnen op PR gebied een rol spelen, door de juiste informatie aan ouders te geven. Zie website van Reenenschool bij communicatie o.a. een matrix van de huidige communicatie op de Van Reenenschool. www.vanreenenschool.nl

Top

6.6. Brede School

De Van Reenenschool is een Brede School . Dat wil zeggen dat er Voorschoolse Opvang, Tussenschoolse Opvang, Naschoolse Opvang en Peuteropvang in ons gebouw voor de kinderen van 2 tot 12 jaar geregeld is. Doel van deze samenwerking is het tegemoet komen aan de wensen van de ouders van onze leerlingen om buitenschoolse opvang in de eigen school te hebben, zodat kinderen in hetzelfde gebouw opgevangen worden. Het is positief om de ruimte, omgeving en het materiaal met elkaar te delen ten behoeve van de kinderen, die voor, tussen en na schooltijd opgevangen worden. Er maken op dit moment ongeveer 35 schoolkinderen gebruik van de naschoolse opvang en bij de tussen schoolse opvang blijven er op dinsdag en donderdag ongeveer 180 leerlingen over. De BSO (Buiten Schoolse Opvang) wordt door een professionele organisatie aangeboden. De school regelt de ruimte (3 lokalen) en enkele faciliteiten zoals meubilair, buitenspel materiaal. Alles Kits investeert ook in materiaal, meubilair, apparatuur, etc. Wij spreken hier van een win -win situatie. Er is een gezamenlijk huishoudelijk reglement opgesteld en er gelden vaste afspraken over waar en hoe de BSO georganiseerd is. Er is een kwartaal overleg met de BSO. De BSO wordt jaarlijks door de G.G.D gekeurd en de resultaten worden met de gemeente gecommuniceerd. Het contract van de BSO is met het ISOB bestuur aangegaan. De BSO organiseert ook naschoolse cursussen. Leerlingen die geen gebruik maken van de BSO mogen ook aan deze cursussen deelnemen. Voorbeelden zijn: een cursus Muziek. Deze worden door vakdocenten gegeven. De peutergroep is niet gesubsidieerd en valt onder de verantwoording van BSO Alles Kits. De GGD komt regelmatig controleren. De peuters werken ook volgens de Vreedzame School en volgen het schoolconcept. De thema's zijn hetzelfde bij de peuter- en kleutergroepen. Zo is er een goede doorgaande lijn aanwezig. De peutergroep is op 5 ochtenden van de week geopend voor kinderen van 2 tot 4 jaar.

Top

6.7. Referentie Niveaus

Er is wettelijk vastgelegd dat scholen de referentieniveaus voor taal en rekenen als uitgangspunt moeten gebruiken in het onderwijsaanbod. Dit is vastgelegd in het referentiekader voor taal en rekenen. De referentieniveaus voor het primair onderwijs geven aan wat leerlingen aan het eind van groep 8 moeten kennen of kunnen op het gebied van de basisvakken taal en rekenen. Hierdoor kan de school precieze doelen vaststellen en leerprestaties meten. ?

Top
 

7. Schoolontwikkeling


Zie ook School Ontwikkel Plan (SOP) Dit wordt elk schooljaar gemaakt in samenhang met de schoolontwikkeling en het schoolplan.

2015-2016: 2016-2017: 2017-2018: Top
 

Bijlage 1: Kerndoelen De onderwijskundige vormgeving


4.1. Onderwijskundige doelen en Wet op het Primair Onderwijs

Onze onderwijskundige doelen zijn in de eerste plaats de doelstellingen zoals die in artikel 8 van de Wet op Primair Onderwijs is omschreven:
  1. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.
  2. Het onderwijs richt zich in elk geval op de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling, en op het ontwikkelen van de creativiteit, op het verwerven van de noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.
  3. Het onderwijs gaat er mede van uit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.
  4. Ten aanzien van leerlingen die extra zorg nodig hebben, is het onderwijs gericht op individuele begeleiding die is afgestemd op de behoefte van de leerling.
Top
 

4.2. De ordening van de inhoud van ons onderwijs in relatie met de kerndoelen

In artikel 9 van de Wet op het Primair Onderwijs is globaal aangegeven wat het onderwijs - waar mogelijk in samenhang - moet omvatten. Wij hebben deze inhoud geordend in vakgebieden en leerjaren. In de klassenmappen is de jaar- en weekplanning opgenomen. Wij hanteren de herziene kerndoelen (2006) als uitgangspunt voor de verschillende onderdelen en domeinen van de leergebieden. Hieronder wordt vermeld m.b.v. welke methoden en/of leermiddelen er aan deze doelen gewerkt wordt.

Top

4.2.1. Kerndoelen Nederlands:

Mondeling onderwijs: Schriftelijk onderwijs: Top

4.2.2. Kerndoelen Engels:

Top

4.2.3. Kerndoelen Rekenen en Wiskunde:

Wiskundig inzicht en handelen Top

4.2.4. Kerndoelen Oriëntatie op jezelf en de wereld:

4.2.4.1. Mens en samenleving: Top

4.2.4.2. Natuur en techniek: Top

4.2.4.3. Ruimte: Top

4.2.4.4. Tijd: Wat betreft kerndoel 52 en de Canon. Per 1 augustus 2010 vormt de canon van Nederland onderdeel van de kerndoelen. De 50 vensters van de canon van de Nederlandse geschiedenis dienen als uitgangspunt ter illustratie van de 10 tijdvakken uit kerndoel 52. In de komende planperiode wordt aandacht geschonken aan de realisatie hiervan.

Top  

4.2.5. Kunstzinnige oriëntatie:

Top  

4.2.6 Kerndoelen Bewegingsonderwijs:

NB: Methoden, middelen en activiteiten Met de methoden, middelen en activiteiten die op blz. 12, 13 en 14 beschreven staan wordt aan de (kern)doelen van alle bovengenoemde vakgebieden gewerkt.

Top
 

Bijlage 2: Bloom's Taxonomie !



Top
 

Bijlage 3


Meervoudige Intelligentie Howard Gardner:
Veel gebruikte typeringen van de meervoudige intelligentiefactoren in Howard Gardner, Frames of mind: the theory of multiple intelligences (New York: Basic Books 1983).

De tekst en het figuur zijn overgenomen van Peter Senge e.a., Lerende scholen Academic Service 2003
© 2015 Van Reenenschool, Caroline le Clercq